voldoende garanties geven op het vlak van toegankelijkheid, infrastructuur en financiële en personele middelen zodat de basisfuncties, binnen het kader van het museale concept en de nagestreefde culturele en wetenschappelijke doelstellingen, vervuld kunnen worden;
7° voldoende garanties geven op het vlak van infrastructuur en management zodat de museale bestemming van het cultureel erfgoed in de toekomst blijft bestaan;
8° de algemeen aanvaarde deontologische regels voor het museumberoep in acht nemen;
9° gevestigd zijn in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en wegens zijn activiteiten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap.
De Vlaamse regering bepaalt de nadere specificaties van de erkenningsvoorwaarden.
§ 2. Een structurele samenwerking van twee of meer musea voor het geheel van de museumwerking en vanuit één museaal concept met een aantoonbare meerwaarde wordt voor de erkenning als één museum beschouwd.
Art. 5. § 1. Een aanvraag tot erkenning van een museum wordt ingediend door het bevoegde gezag en bevat een beleidsplan waarin de visie, de doelstellingen en de werking van het museum worden geformuleerd.
Het museum geeft daarbij aan op welke wijze het voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.
Dit beleidsplan, het gemeentelijke of provinciale cultuurbeleidsplan en, in voorkomend geval, het beleidsplan over de uitvoering van het erfgoedconvenant, moeten op elkaar afgestemd zijn.
Dit beleidsplan slaat op een periode van maximaal zes jaar, die loopt tot en met 31 december van het tweede jaar van een volgende gemeentelijke of provinciale beleidsperiode.
§ 2. De Vlaamse regering beslist over een erkenning als museum, na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44, en van de betrokken provincie of gemeente, indien deze niet het bevoegde gezag zijn.
§ 3. Een erkenning als museum is van onbepaalde duur.
§ 4. De Vlaamse regering kan de erkenning als museum, na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44, schorsen of intrekken als niet meer voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden.
§ 5. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure met inbegrip van de verhaal- en beroepsprocedures, het toezicht, de evaluatie en de procedure tot schorsing of intrekking van een erkenning als museum.
Art. 6. Alleen een instelling die erkend is op grond van artikel 4 mag de naam ″museum erkend door de Vlaamse Gemeenschap″ dragen.
De Vlaamse regering bepaalt het herkenningsteken van ″erkend museum″.
Afdeling 2. — Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap
Art. 7. De instellingen van de Vlaamse Gemeenschap moeten voldoen aan de erkenningsvoorwaarden van een museum, bedoeld in artikel 4, § 1.
Deze instellingen worden door de Vlaamse regering gelijkgesteld met erkende musea en mogen het herkenningsteken als bedoeld in artikel 6, dragen.
Art. 8. § 1. De instellingen van de Vlaamse Gemeenschap die ze zelf beheert stellen een beleidsplan op als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, voor een periode van vijf jaar, die loopt van 1 januari van het tweede volledige kalenderjaar van een legislatuur van het Vlaams Parlement tot en met 31 december van het eerste volledige kalenderjaar van een volgende legislatuur van het Vlaams Parlement.
De Vlaamse regering beslist, na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44, over de goedkeuring van het beleidsplan.
De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de procedure voor het indienen en het goedkeuren van het beleidsplan.
§ 2. Met de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap die ze niet zelf beheert sluit de Vlaamse regering een beheersovereenkomst.
Deze beheersovereenkomst bepaalt nader de opdrachten die de Vlaamse Gemeenschap aan de instellingen geeft, evenals hun missie en doelstellingen, de resultaatgebieden, de hoogte van de werkingssubsidie en de modaliteiten inzake werking, evaluatie, toezicht en sanctionering.
De beheersovereenkomst slaat op een periode van vijf jaar, die loopt van 1 januari van het tweede volledige kalenderjaar van een legislatuur van het Vlaams Parlement tot en met 31 december van het eerste volledige kalenderjaar van een volgende legislatuur van het Vlaams Parlement. Ze wordt gesloten minstens zes maanden voor ze in werking treedt en wordt door de Vlaamse regering meegedeeld aan het Vlaams Parlement.
Ter voorbereiding van de beheersovereenkomst dienen deze instellingen een beleidsplan in als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, betreffende de periode van de beheersovereenkomst.
De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de procedure ter voorbereiding van de beheersovereenkomst.
Afdeling 3. — Subsidiëring
Art. 9. § 1. De Vlaamse regering kan aan een erkend museum een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen voor de optimalisering van de museumwerking.
Daartoe deelt de Vlaamse regering, na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44, de erkende musea in drie niveaus in: een landelijk niveau, een regionaal niveau en een basisniveau.
§ 2. Om een erkend museum in te delen, worden de inhoud en de werking ervan getoetst aan de volgende criteria:
1° het belang van het cultureel erfgoed;
2° de culturele en maatschappelijke verantwoordelijkheid die door het museum wordt opgenomen;
3° de kwaliteit van de uitvoering van de basisfuncties;
4° de kwaliteit van de bedrijfsvoering;
5° de geografische reikwijdte.
De Vlaamse regering bepaalt de nadere specificaties van de criteria.