Art. 10. § 1. Om in aanmerking te komen voor de subsidiëring, bedoeld in artikel 9, § 1, moet het erkende museum een beleidsplan indienen als bedoeld in artikel 5, § 1.
Dit beleidsplan, het gemeentelijke of provinciale cultuurbeleidsplan en, in voorkomend geval, het beleidsplan over de uitvoering van het erfgoedconvenant, moeten op elkaar afgestemd zijn.
Dit beleidsplan slaat op een periode van maximaal zes jaar, die loopt van 1 januari van het derde jaar van een gemeentelijke of provinciale beleidsperiode of van 1 januari van het jaar volgend op de erkenning, tot en met 31 december van het tweede jaar van een volgende gemeentelijke of provinciale beleidsperiode.
§ 2. Het beleidsplan wordt halverwege geactualiseerd, als het een periode van minstens drie jaar betreft.
De Vlaamse regering keurt dit beleidsplan goed, na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44.
Art. 11. § 1. De werkingssubsidie bevat: 1° voor erkende musea, ingedeeld bij het landelijke niveau, bedoeld in artikel 9, de financiële middelen voor de ondersteuning van de basisfuncties en bedraagt per museum een gelijk forfaitair bedrag van ten minste 250.000 euro per jaar;
2° voor erkende musea, ingedeeld bij het regionale niveau, bedoeld in artikel 9, de financiële middelen voor de ondersteuning van de uitbouw van expertise ten behoeve van het cultureel erfgoed in de regio en bedraagt per museum een gelijk forfaitair bedrag van ten minste 50.000 euro per jaar;
3° voor erkende musea, ingedeeld bij het basisniveau, bedoeld in artikel 9, de financiële middelen voor de ondersteuning van de basisfuncties en bedraagt per museum een gelijk forfaitair bedrag van ten minste 12.500 euro per jaar.
§ 2. De werkingssubsidie wordt toegekend voor de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft en kan tussentijds verhoogd worden.
§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure met inbegrip van de verhaal- en beroepsprocedures, de toekenning, het toezicht en de evaluatie van de werkingssubsidies.
Art. 12. § 1. De Vlaamse regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen aan een overkoepelend samenwerkingsverband dat een gespecialiseerde landelijk relevante expertise heeft ontwikkeld voor één of meerdere basisfuncties van de museumwerking en een pilootfunctie vervult voor het cultureel-erfgoedveld.
§ 2. Om in aanmerking te komen, moet het samenwerkingsverband voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° een samenwerkingsverband zijn van minstens drie erkende musea dat een meerwaarde betekent voor de verschillende partners;
2° beschikken over een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk;
3° gevestigd zijn in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en wegens zijn activiteiten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap;
4° een beleidsplan indienen waarin de visie, de doelstellingen en de werking van het samenwerkingsverband worden geformuleerd. Dit beleidsplan slaat op een periode van maximaal vijf jaar die loopt tot en met 31 december van het eerste volledige kalenderjaar van een volgende legislatuur van het Vlaams Parlement.
Dit beleidsplan wordt halverwege geactualiseerd, als het een periode van minstens drie jaar betreft. De Vlaamse regering keurt dit beleidsplan goed, na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44.
§ 3. Dit samenwerkingsverband wordt getoetst aan de volgende criteria:
1° de gespecialiseerde landelijk relevante expertise voor één of meerdere basisfuncties van de museumwerking;
2° de pilootfunctie van het samenwerkingsverband voor het cultureel-erfgoedveld;
3° de visie en de doelstellingen van het samenwerkingsverband;
4° de samenwerking met andere cultureel-erfgoed-actoren;
5° de geografische reikwijdte.
§ 4. De Vlaamse regering kan na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44, op basis van een gemotiveerde rangorde elk jaar beslissen om drie nieuwe overkoepelende samenwerkingsverbanden als bedoeld in § 1, te subsidiëren.
§ 5. De werkingssubsidie bedraagt ten minste 50.000 euro per jaar en bevat de financiële middelen voor de ondersteuning van het samenwerkingsverband, bedoeld in § 1.
De werkingssubsidie wordt toegekend voor de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft en kan tussentijds aangepast worden op basis van het goedgekeurd geactualiseerd beleidsplan als bedoeld in § 2, 4°.
§ 6. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de criteria, de aanvraag, de procedure met inbegrip van de verhaal- en beroepsprocedures, de toekenning, het toezicht en de evaluatie van de werkingssubsidies.
Art. 13. § 1. De Vlaamse regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen aan een overkoepelend samenwerkingsverband van minstens drie erkende musea waarvan de collecties thematisch bij elkaar aansluiten en dat een gespecialiseerde relevante expertise heeft ontwikkeld, die bijdraagt tot de internationale positionering en profilering van de betrokken musea.
§ 2. Om in aanmerking te komen moet het samenwerkingsverband voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° een samenwerkingsverband zijn van minstens drie erkende musea dat een meerwaarde betekent voor de verschillende partners;
2° beschikken over een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk;
3° gevestigd zijn in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en wegens zijn activiteiten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap;
4° een beleidsplan indienen waarin de visie, de doelstellingen en de werking van het samenwerkingsverband worden geformuleerd, in het bijzonder met het oog op de internationale positionering en profilering. Dit beleidsplan slaat op een periode van maximaal vijf jaar die loopt tot en met 31 december van het eerste volledige kalenderjaar van een volgende legislatuur van het Vlaams Parlement.