Naar inhoud springen

Pagina:Erfgoeddecreet 7 mei 2004 (Belgisch Staatsblad, 9 juli 2004 p.54626-54635).pdf/4

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

54629
BELGISCH STAATSBLAD — 09.07.2004 — MONITEUR BELGE

Dit beleidsplan wordt halverwege geactualiseerd, als het een periode van minstens drie jaar betreft. De Vlaamse regering keurt dit beleidsplan goed, na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44.

Een erkend museum kan slechts deel uitmaken van één overkoepelend samenwerkingsverband als bedoeld in § 1.

§ 3. Dit samenwerkingsverband wordt getoetst aan de volgende criteria :

1° het internationale belang van de gezamenlijke collecties cultureel erfgoed;

2° de gespecialiseerde internationaal relevante expertise voor het geheel of voor deelgebieden van de werking van het samenwerkingsverband;

3° de visie en de doelstellingen van het samenwerkingsverband;

4° de samenwerking met andere cultureel-erfgoedactoren;

5° de verantwoordelijkheid voor het cultureel-erfgoedveld;

6° de internationale positionering en profilering.

§ 4. De Vlaamse regering kan na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44, op basis van een gemotiveerde rangorde elk jaar beslissen om één nieuw overkoepelend samenwerkingsverband als bedoeld in § 1, te subsidiëren.

§ 5. De werkingssubsidie bedraagt ten minste 125.000 euro per jaar en bevat de financiële middelen voor de ondersteuning van het samenwerkingsverband als bedoeld in § 1.

De werkingssubsidie wordt toegekend voor de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft en kan tussentijds aangepast worden op basis van het goedgekeurd geactualiseerd beleidsplan als bedoeld in § 2, 4°.

§ 6. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de criteria, de aanvraag, de procedure met inbegrip van de verhaal- en beroepsprocedures, de toekenning, het toezicht en de evaluatie van de werkingssubsidies.

Art. 14. Eenzelfde overkoepelend samenwerkingsverband komt slechts in aanmerking voor één werkingssubsidie als bedoeld in artikel 12 en 13.

Art. 15. § 1. Met het oog op het oprichten van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4, § 2, artikel 12, § 1, en artikel 13, § 1, kunnen twee of meer gemeenten of twee of meer provincies zich verenigen, al dan niet samen met andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen. Die verenigingen zijn publiekrechtelijke rechtspersonen. Zij hebben geen handelskarakter. In afwijking van het decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking, nemen die verenigingen de rechtsvorm aan van een vereniging zonder winstoogmerk. De wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen is op die verenigingen van toepassing voorzover de statuten er niet van afwijken wegens de bijzondere aard van de vereniging. In geen geval mogen de verenigingen nijverheids- of handelszaken drijven of trachten een stoffelijk voordeel aan hun leden te verschaffen.

§ 2. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om, met betrekking tot de erkende musea beheerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 8, § 1, mee te werken aan de oprichting van een overkoepelend samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 12, § 1, en artikel 13, § 1, of om erin deel te nemen.

De Vlaamse regering kan statutair personeel dat verbonden is aan de musea, bedoeld in het eerste lid, ter beschikking stellen van het overkoepelende samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig artikel XI 53 en volgende van het besluit van de Vlaamse regering van 15 juli 2002 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, voorzover de betrokken personeelsleden hiermee instemmen.

Het overkoepelend samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, kan contractueel personeel van de Vlaamse Gemeenschap dat verbonden is aan de musea, bedoeld in het eerste lid, overnemen.

Art. 16. § 1. De Vlaamse regering kan, na advies van de bevoegde beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 44, een projectsubsidie toekennen aan een erkend museum voor initiatieven ter versterking van de basisfuncties van de museumwerking, bedoeld in artikel 4, § 1.

Daartoe voorziet de Vlaamse regering jaarlijks in een krediet van ten minste 1.300.000 euro.

De Vlaamse regering kan voorrang geven aan de ondersteuning van een van de basisfuncties, op basis van de beleidsprioriteiten zoals gesteld in de Beleidsnota Cultuur.

§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de criteria, de aanvraag, de procedure, de toekenning, het toezicht en de evaluatie van de projectsubsidies.

HOOFDSTUK II. — Erfgoedconvenants

Afdeling 1. — Erfgoedconvenants met gemeenten of samenwerkingsverbanden van omliggende gemeenten

Art. 17. § 1. Een erfgoedconvenant is een overeenkomst met resultaatsverbintenis tussen de Vlaamse Gemeenschap en een gemeente of een samenwerkingsverband van omliggende gemeenten als bedoeld in § 2, met het oog op de uitbouw van een duurzaam en integraal beleid met betrekking tot het cultureel erfgoed op lokaal niveau.

§ 2. De Vlaamse regering kan een erfgoedconvenant sluiten met :

1° een gemeente met meer dan 20.000 inwoners;

2° een samenwerkingsverband van omliggende gemeenten met rechtspersoonlijkheid als bedoeld in het decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking, waarvan het totale inwonersaantal minstens 20.000 bedraagt.

§ 3. Een gemeente kan slechts deel uitmaken van één samenwerkingsverband als bedoeld in § 2, 2°.