Naar inhoud springen

Pagina:Erfgoeddecreet 7 mei 2004 (Belgisch Staatsblad, 9 juli 2004 p.54626-54635).pdf/8

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

54633
BELGISCH STAATSBLAD — 09.07.2004 — MONITEUR BELGE


 

HOOFDSTUK V. — Het steunpunt voor de musea, de archiefinstellingen, de bewaarbibliotheken, de documentatiecentra en de erfgoedconvenantswerking

Art. 38. § 1. Het steunpunt heeft als doel de musea, de archiefinstellingen, de bewaarbibliotheken, de documentatiecentra en de erfgoedconvenantswerking te ondersteunen en de ontwikkeling van het cultureelerfgoedveld te coördineren en te stimuleren, met het oog op het zichtbaar maken van het cultureel erfgoed.

§ 2. Het steunpunt zal deze doelstelling realiseren door middel van zijn kerntaken:

1° praktijkondersteuning: coördineren, informeren, adviseren en begeleiden met het oog op deskundigheidsbevordering;

2° praktijkontwikkeling: coördineren, initiëren en ontwikkelen van visie en methodieken in en ten gunste van het cultureel-erfgoedveld;

3° beeldvorming en communicatie: organiseren en coördineren van initiatieven die de kennis over en de omgang met het cultureel erfgoed bevorderen.

Art. 39. De Vlaamse regering erkent en subsidieert de vereniging zonder winstgevend doel Culturele Biografie Vlaanderen als steunpunt voor de musea, de archiefinstellingen, de bewaarbibliotheken, de documentatiecentra en de erfgoedconvenantswerking, hierna het steunpunt te noemen.

Het steunpunt realiseert zijn kerntaken in samenspraak met andere steunpunten, inzonderheid met het Vlaams Centrum voor Volkscultuur v.z.w., en binnen een netwerk van andere erfgoedactoren.

De Vlaamse regering kan aan het steunpunt aanvullende taken toewijzen.

Art. 40. § 1. De Vlaamse regering sluit met het steunpunt een beheersovereenkomst die betrekking heeft op:

1° de invulling van de kerntaken;

2° de samenwerking met andere steunpunten;

3° de evaluatie en het toezicht van de beheersovereenkomst.

Deze beheersovereenkomst slaat op een periode van vijf jaar, die loopt van 1 januari van het tweede volledige kalenderjaar van een legislatuur van het Vlaams Parlement tot en met 31 december van het eerste volledige kalenderjaar van een volgende legislatuur van het Vlaams Parlement.

§ 2. Aanvullende taken als bedoeld in artikel 39, derde lid, zijn onderwerp van een afzonderlijke overeenkomst.

Art. 41. § 1. Het steunpunt concretiseert de beheersovereenkomst in een beleidsplan waarin de visie, de doelstellingen en de werking van het steunpunt worden geformuleerd.

Het beleidsplan slaat op de periode waarop de beheersovereenkomst betrekking heeft, met een tussentijdse actualisering halverwege de periode van het beleidsplan.

De Vlaamse regering keurt het beleidsplan en het geactualiseerde beleidsplan goed.

§ 2. De procedure voor het indienen van het beleidsplan, de voorwaarden waaraan het plan moet voldoen en de wijze waarop de evaluatie zal worden georganiseerd, worden opgenomen in de beheersovereenkomst.

Art. 42. § 1. De Vlaamse regering voorziet in een werkingssubsidie die de financiële middelen voor de ondersteuning van de uitoefening van de kerntaken van het steunpunt bevat en ten minste 800.000 euro per jaar bedraagt.

De werkingssubsidie wordt toegekend voor de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft en kan tussentijds aangepast worden in het derde jaar van deze periode.

§ 2. De procedure voor het aanvragen en het toezicht op de aanwending van de werkingssubsidie worden opgenomen in de beheersovereenkomst.

 

TITEL III. — Organisatie van de advisering

Art. 43. § 1. De Vlaamse regering richt een adviescommissie op voor de kwaliteitsbeoordeling inzake het beleidsveld cultureel erfgoed.

§ 2. De kerntaken van de adviescommissie zijn:

1° waken over een kwaliteitsvolle organisatie van de interne werking van de beoordelingscommissies en daartoe de visie, de methodiek en de evaluatie van de kwaliteitsbeoordeling ontwikkelen;

2° formuleren van beleidsgericht advies op basis van de kwaliteitsbeoordeling in de beoordelingscommissies van het beleidsveld;

3° kwaliteitsbeoordeling van transversale dossiers voorzover die niet worden behandeld door een beoordelingscommissie.

§ 3. De leden van de adviescommissie hebben een totaalvisie op het beleidsveld. De adviescommissie wordt samengesteld uit deskundigen uit de verschillende onderdelen van het beleidsveld.

De leden van de beoordelingscommissies kunnen lid zijn van de adviescommissie.

Art. 44. § 1. De Vlaamse regering richt beoordelingscommissies op voor het kwalitatieve, inhoudelijke advies over erkennings- en subsidieaanvragen als bedoeld in titel III, hoofdstuk II en hoofdstuk III van het archiefdecreet en als bedoeld in titel II van dit decreet, met uitzondering van de erkenning en subsidiëring van het steunpunt, bedoeld in hoofdstuk V. Deze beoordelingscommissies worden samengesteld voor onderdelen van het beleidsveld cultureel erfgoed of voor transversale beleidsaspecten.

§ 2. Voor de beoordeling van de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikelen 7 en 8, kan de Vlaamse regering afzonderlijke beoordelingscommissies oprichten. Deze commissies worden samengesteld uit drie leden van de betrokken reguliere beoordelingscommissie en drie buitenlandse experts. De voorzitter van de adviescommissie is tevens de voorzitter van deze afzonderlijke beoordelingscommissies.

§ 3. De leden van de beoordelingscommissies worden aangesteld omwille van hun expertise over of betrokkenheid bij het te beoordelen onderdeel van het beleidsveld. De beoordelingscommissies worden op evenwichtige wijze samengesteld uit leden die de verschillende aspecten van het te beoordelen onderdeel van het beleidsveld vertegenwoordigen.