Pagina:Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden.djvu/12

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


dienst heeft, die niet meermalen dezen veelvermogenden invloed van het gezang op zijn eigen hart ondervonden heeft, en door het zingen der Psalmen, tot dus verre alleen onder ons in gebruik, in eene aanmerkelijke mate gesticht is. De Psalmen, die dit boven alle andere dichtstukken vooruit hebben, dat zij van een goddelijke herkomst zijn, behelzen zoo veel schoons, zoo vele treffende uitboezemingen van velerlei godsdienstigen aard, dat zij daardoor uitnemend geschikt zijn, om het echt godsdienstig gevoel bij ons te verwekken, te verlevendigen en te bevestigen.

Geen wonder dan, dat de Nederlandsche Kerk, overtuigd van de hooge waarde der Psalmen, tot hare stichting van dezelve heeft gebruik gemaakt, en zich niet weinig verheugde, toen zij, voor ruim dertig jaren, eene zoo schoone berijming van dezelve ontvangen heeft: doch, dewijl de Christenheid, door alle eeuwen heen, geestelijke gezangen bij de Psalmen gevoegd heeft; daar alle de Protestantsche Kerken buiten 's lands Evangelische Gezangboeken hebben; en de Hervormde Engelsche en Walsche gemeenten in ons Land derzelver nuttig gebruik hebben ingevoerd; ja zelfs achter ons gewoon Psalmboek eenige gezangen gevoegd zijn; zoo is het niet vreemd, dat een aanzienlijk deel onzer gemeenten, opgewekt door de proeven van gezangen, in den geest en toon van het vervulde Evangelie gestemd, reeds lang naar een Evangelisch Gezangboek verlangd heeft.

Alle de Nederlandsche Synoden hebben, om aan dit verlangen te voldoen, ons benoemd en gelast een zoodanig Evangelisch Gezangboek te vervaardigen. Wij, vereerd met dat vertrouwen, hebben deze zeer moeijelijke taak, onder Gods zegen, ten einde mogen brengen, en danken den hemelschen Vader, dat Hij ons bewaard en onder dezen arbeid gesterkt heeft; zoo dat wij allen, de Groninger Hoogleeraar LUBBERS alleen uitgezonderd, die door zijnen medearbeid aan de nieuwe Psalmberijming de Nederlandsche Kerk aan zich verpligt heeft, het einde van ons werk mogten zien.

Schoon