Pagina:Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden.djvu/55

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
29
LOF des SCHEPPERS.

8.

Laat eens de glans van zon en maan
Bij ’s werelds avond ondergaan,
 Ons zal geen licht ontbreken,
Als ’t Lam de kaars is daar om hoog:
Daar zal eerst voor ’t verhelderd oog
 De schepping zigtbaar spreken;
Daar zal natuur op ieder blad,
Dat zij op aard verzegeld had,
 Geheimen ons doen lezen.
Hier is de wijsgeer slechts een kind;
Maar die hier Jezus meest bemint,
 Zal daar de wijste wezen.

XVI.

GODS VOORZIENIGHEID.

1.

 God is mijn lied,
 Hij is de God der krachten;
Heer is zijn naam, groot zijn zijn werken t’achten,
 Het gansch heelal is zijn gebied.

2.

 Hij spreekt als Heer,
 En wereldstelsels worden,
Hij spreekt als Heer, en uit zijn’ stand en orden
 Keert alles tot zijn niet straks weêr.

3.

 Zijn kleed is ’t licht,
 En zijne keus de beste;
Hij heerscht als God, en zijnes zetels veste
 Is op de trouw en ’r regt gesticht.

4. On-
D 3