Pagina:Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden.djvu/60

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
34
GODS VOORZIENIGHEID.

4.

Nooit voelen wij de kleinste zielesmarte,
De flaauwste wensch ontslaat nooit in ons harte,
 Die Gij, zoo ’t maar uw wijze liefde duldt,
 Niet straks geneest, of liefderijk vervult.

5.

Gij ziet de kracht, het woelen onzer lusten,
Die ons zoo zeer, zoo menigmaal ontrusten;
 Gij ziet het ook, hoe zeer dat kwaad ons smart,
 En kent den strijd daar tegen van ons hart.

6.

Gij weet, hoe graag wij naar uw voorschrift leefden,
En naar het doel van onze roeping streefden.
 En, welk een troost! als onze voet vertraagt.
 Dan voelen wij, dat uwe kracht ons schraagt.

7.

Voert Gij ons ooit in ongeval of lijden,
Of geeft Gij ons een’ zwaaren strijd te strijden,
 Gij schikt den strijd altoos naar onze kracht,
 En ’t wordt ons heil, het geen men rampspoed dacht.

8.

’t Bepaald getal van onze levensjaren
Zult Gij ons, zelfs elk’ oogenblik, bewaren;
 Zoo staat het vast, dat nimmer ongeval,
 Of menschenhand ons leven korten zal.

9.

Zoo ziet Gij ons, zoo blijft Gij voor ons waken,
Met eene trouw, die alles wel zal maken;
 Zoo leidt Gij ons, zelfs door den grootsten nood,
 Tot aan, tot in, tot over graf en dood.

XIX.