Naar inhoud springen

Pagina:Flora en Faunawet, stb-1998-402.pdf/25

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

AFDELING 2. OVERIGE VRIJSTELLINGEN EN ONTHEFFINGEN

Artikel 75

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, voorzover niet bij of krachtens enig ander artikel van deze wet vrijstelling is of kan worden verleend, vrijstelling worden verleend van de bij of krachtens de artikelen 8 tot en met 18 bepaalde verboden.

2. Indien een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid strekt tot uitvoering van internationale verplichtingen of bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, kan de vrijstelling bij ministeriële regeling worden verleend.

3. Onze Minister kan, voorzover niet overeenkomstig artikel 68 van deze wet door gedeputeerde staten ontheffing is of kan worden verleend, ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8 tot en met 18, 50, 51, 52, 53, 58, 59, tweede lid, 64, tweede lid, en 72, vijfde lid.

4. Vrijstellingen en ontheffingen worden, tenzij uitvoering van internationale verplichtingen of bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties noodzaakt tot het verlenen van vrijstelling of ontheffing om andere redenen, slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en indien geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort:

a. ten behoeve van onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie, alsmede voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten;

b. teneinde het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal van bij die maatregel aan te wijzen soorten te vangen, te plukken of in bezit te hebben of

c. met het oog op andere, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, belangen.

5. Vrijstellingen kunnen in ieder geval verschillend worden vastgesteld naar gelang de soorten of categorieën van soorten en handelingen welke de vrijstelling betreffen. Voorts kan onderscheid worden gemaakt naar wilde of gekweekte planten of producten van die planten, en naar wilde of gefokte dieren dan wel eieren, nesten of producten van die dieren.

AFDELING 3. VERDERE BEPALINGEN INZAKE VRIJSTELLINGEN, ONTHEFFINGEN EN VERGUNNINGEN

Artikel 76

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende vrijstellingen, ontheffingen of vergunningen, mede voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van internationale verplichtingen of bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties.

2. Tot deze regels kunnen behoren regels omtrent:

a. de documenten, gegevens of bewijsstukken die bij het aanvragen van ontheffingen of vergunningen of in verband met een vrijstelling dienen te worden verstrekt;

b. de aanwijzing van de ambtenaren aan wie de documenten waarvan zendingen van planten of producten van planten of van dieren, eieren, nesten of producten van dieren vergezeld gaan, dienen te worden getoond of ter hand gesteld;

c. vakbekwaamheid ten aanzien van het vervoeren, houden of verzorgen van planten of dieren;

d. de wijze waarop en de omstandigheden waaronder planten of dieren worden vervoerd of gehouden;