Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/115

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


O honden die Pet Tideman woudt smoren,
Ik wijd je allen ter verdoemenis.
Ik ben Goddichter die te roemen is,
In alle tijden en ik laat me hooren,
Mijn bliksem bloedstem uit den ijz'ren toren
Van mijn Godsboosheid. Weet je hoe men is
Als men gaat sterven? Daadlijk zul je 't weten,
Ik lag een bom op jou vervloekten stoep,
En je gaat stikken honden in je vuilheid,
Hyena's ben je die met dichters muil bijt,
Hier ben ik Pet en in je flauw geroep
Om 't leven zal mijn lol zich rood staan zweeten.

P. T.

 

Of de schrijver dit sonnet in zijn verzamelde werken heeft opgenomen, is mij niet bekend, en zelfs niet of een verzameling van zijn werken verschenen is. In ieder geval scheen het mij wenschelijk deze misschien onuitgegeven proeve hier een plaats te geven. Den dichter die in dezen trant dozijnen heeft geleverd voor de regeneratie van de N. G., doet men daarmee geen onrecht.


XI


REKONSTRUKTIE EN NIEUWE STICHTING


In den zomer van dit jaar '94 was de ineenstorting een feit geworden en raakte het bekend dat een nieuwe jaargang, althans bij dezen uitgever, niet zou verschijnen. In een brief aan Albert Ver-

114