Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/134

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


noemen. Welke speciale artistieke richting den redakteur Albert Verwey als haar hoofd erkende, vermeldt de jongste geschiedenis van onze letteren.

Waarom tien jaar geleden anders was gesproken, schijnt niet moeiiijk te verklaren: uit de litteraire richtingen behoefde men niet, uit de politieke of sociale wist of wilde men althans niet een keus doen. Er komt, wat het eerste betreft, een tot op zekere hoogte persoonlijk motief bij, dat voor Verwey van groote beteekenis moest zijn en dat hij zeer aannemelijk en niet zonder scherpheid ontwikkelt.

De richting van den Nieuwe Gids, weet men, had een overwinning behaald die niet meer werd betwist; zij had school gevormd en haar hoofden beheerschten, elk in zijn bepaalde kunstsoort, het terrein... Hoe, dus, zou het nieuwe tijdschrift zich kunnen opwerpen als de banierdrager van het nieuwe, nu dat nieuwe, om algemeen te behagen, niet anders behoefde te zijn dan een voortzetting van het oude? Neen, de eisch van het oogenblik had veeleer een tegenovergestelde strekking: nu de strijd naar buiten volstreden was, moest, om de vruchten van den vrede te kunnen genieten, gebroken worden met de inrichting die in en voor den strijd was ontstaan. Te meer was dit laatste noodig nu aan de hand die haar het eerst opgestoken en met goed gevolg zoo lang gevoerd had, de banier ontvallen was—zonder dat men zeggen kon in welke andere hand zij thans moest overgaan... Strijd om een gewonnen doel niet meer vereischt, strijd op de oude manier niet langer mogelijk; zoo

133