Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/137

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


beschouwen zijn als de „afzonderlijke en gedeeltelijke explosie van een gestolten wereld die in vloed ging gaan". Hij erkent ook dat tusschen de speciale beweging en andere geestelijke stroomingen van den tijd verband bestaat, en komt zoo te spreken over de maatschappelijke en politieke beweging—echter in bewoordingen die niet een zoo duidelijke voorstelling geven van zijn gedachten als de voorafgaande uiteenzetting. Het is hem, zegt hij, alsof de geheele wereld in kunst, wijsbegeerte en maatschappelijk leven naar „het tegenwoordige" aan het zoeken is. Het oude Christendom, het socialisme, het occultisme—dit en nog veel meer stelt men aan de orde: en zijn Tijdschrift zal pogen „van dat zoeken het mooiste en beste te vereenigen", „een beeld te zijn van (dezen) tijd". Evenwel moet daarbij ook gerekend worden met een achtenswaardige gehechtheid aan het oude, „het voorbijgaande". Zoo zal in het nieuwe orgaan niet enkel de „toekomst-mensch", maar ook de „behoudsman" het woord kunnen krijgen—mits het „enkel liefde (zij) die hen drijft". En uitdrukkelijk wordt ten slotte nogmaals verzekerd dat ook „in staat- als staathuishoudkunde", gelijk in de overige rubrieken, het „goed recht van alle gezindten" bij deze redaktie veilig is... [1] Met de onderstelling dat de

  1. Ongeveer hetzelfde las men in het prospektus van den Nieuwe Gids;
    Wat de staatkunde betreft onze lezers kunnen verzekerd zijn, dat het maandschrift zal wezen in den meest uitgestrekten zin van het woord: liberaal voor iedere gezonde opine, op doeltreffende wijze geuit en gestaafd.

136