Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/14

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


U zeggen in welke mate mijn hart wordt verkwikt door de groote liefde door U hemzelven toegedragen, kan ik niet. Hij, die door zijn tijdgenooten dikwerf zoo verkeerd werd beoordeeld, hoezeer zou de levendige sympathie der jongeren hem gelukkig hebben gemaakt. Een voorproefje daarvan heeft hij toch mogen genieten. En dat het zijn ernstig streven was, zich haar meer en meer waardig te maken, mag blijken uit het volgend citaat uit een der laatste brieven zijner lieve hand, 17 Dec. '85: „Gij en ik, en de ouderen in het algemeen, wij voldoen die jongelieden blijkbaar niet. Zij zoeken iets anders en iets meer. Het beste wat wij doen kunnen is een onderzoek naar onze leemten in te stellen en op onzen ouden dag aan onze zelfverbetering te gaan werken. Op die wijze zullen zij ons niet te eenemaal ontsnappen en bestaat er kans dat zij ons hunne genegenheid blijven schenken".
Ga voort hem in liefde te gedenken, zooals ik het U doe. Komt gij immer te Parijs, vergeet dan niet ons op te zoeken. Met de grootste hartelijkheid zult gij ontvangen worden. Soms spijt het mij dat ik niet in Holland woon om U allen dikwijls bij ons te zien. Doch de omstandigheden verbieden het. Groet ook Van Eeden en zijn lief gezin van ons, en geloof mij,
Uwe zeer toegenegene en erkentelijke
Anna Busken Huet 
 
13