Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/33

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


gevoeligen vriend willen opdringen—of misschien tegenover den jongen dichter zelf een Busken Huet in-het-klein willen spelen? In ieder geval blijkt nogmaals dat Huet, als zij zelfs niet konden nalaten met elkaar over hem te kibbelen, bij de toenmalige jeugd in hoog aanzien stond. „Perk”, schrijft Van Deventer nog, „zegt naar waarheid hier dat hij Huet als man van stijl en geest waardeerde; hij las graag van hem, en het laatste boek door mij—tijdens zijn ziekte—in zijn handen gezien, was een deeltje der Fantasieën.

Aan een voor hem merkwaardig toeval eindelijk, is het te danken dat de eenige keer dat men in de door Huet zelf uitgegeven geschriften den naam vindt van een der Nieuwe Gids- redakteuren, een opstel betreft van den schrijver dezer aanteekeningen. Met de jonge litteratuur had dit opstel, uit zijn prille jeugd afkomstig, echter niets te maken. Opgenomen in een door bekende letterkundigen gesticht tijdschrift voor dramatische kunst en letterkunde[1], genoot zijn bijdrage over Amsterdamsche tooneelgeschiedenis de eer van in een overzicht der Nederlandsche tijdschriften in 1878[2] met de volgende woorden te worden herdacht:

Een sprekend voorbeeld van het onbelangrijke der nederlandsche tooneelgeschiedenis levert de als anekdotenreeks niet kwalijk geslaagde bijdrage van den heer F. van der Goes over de ak-
  1. Het Tooneel.
  2. Verzamelde Werken X 184.

32