Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/85

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


kwestie van de N.G. buiten hem om kon worden geschikt. Maar van het standpunt in zijn brief betoogd, zou die meedeeling hem ook van alle interventie hebben moeten doen afzien—en het toeval doen zegenen dat hem veroorloofde „met rust aan zijn werk gelaten te worden". Nu hij in plaats daarvan in het gesprek met Verwey aanleiding vond om zijn tot dusver gevolgde politiek te laten varen, brieven ging zitten schrijven en konferenties houden; hij aktief en positief optrad door zijn invloed te doen gelden en van zijn eigendomsrecht gebruik te maken: nu is geen andere gevolgtrekking mogelijk dan dat Van Eeden moedwillig het streven heeft willen verijdelen waar hij nu eenmaal niets meer voor gevoelde.

Zelf, trouwens, heeft hij zoo niet den opzet, dan toch de uitkomst van zijn bemoeiing erkend door het doen van het nieuwe voorstel in zijn brief van 2 Mei aangeduid.[1] Wat dat voorstel inhield kan ik niet zeggen; van zijn schrijven aan den uitgever, genoemd in de briefkaart van Van Eeden, even vóór zijn brief aan mij verzonden, heb ik uiteraard geen inzage gehad. Eenig praktisch gevolg kon zijn bemiddeling, hoe ook bedoeld, thans niet meer opleveren. De heer Versluys, wiens redenen nooit volkomen opgehelderd zijn geworden, kon het zich voor gezegd houden dat op Frederik van Eeden,

  1. Deze briefkaart luidde:
    Ik verzoek je kennis te nemen van een door mij hedenmorgen aan den heer Versluys gezonden brief.
    Bussum, 2 Mei' 94.
84