Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/89

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


lijkt. Op zijn beurt achtte Verwey zich verplicht zijn geringschatting van een bondgenoot, en daarmee het feit dat aan de oneenigheid in den Nieuwe-Gids-kring niets ontbrak, wereldkundig te maken. En om zich onherroepelijk te vervreemden van den man, als tegenstander onkwetsbaar, als medestander onmisbaar, koos hij, van alle oogenblikken, het tijdstip dat men zich gereed maakte om, hoofdzakelijk onder zijn leiding, voor het publiek te verschijnen met de herboren eenheid van den Nieuwe Gids...

De waarde van de bij deze veeten betrokken artistieke inzichten te beoordeelen, staat niet aan den schrijver van deze bladzijden. Evenmin wil hij betwisten dat de hernieuwers van de Nederlandsche litteraire kunst het recht hadden van naar hun inzichten te handelen, en het orgaan op te offeren zoodra dit middel hun toescheen niet meer bruikbaar te zijn voor het doel. Maar dat recht, wil hij zeggen, bezat niet één van hen alléén; en Frederik van Eeden, door het herstel te beletten, heeft niets anders of niet ergers gedaan dan de overigen. Eigenlijk was het ook niet meer dan toevallig dat op een bepaald tijdstip de uitspraak tusschen Leven en dood bij hem kwam te liggen. Een ander had den aanslag bedreven, nog een ander het herstel bemoeilijkt: een grief wegens de latere houding tegenover zijn mede-schepping kan dus nooit een bijzondere grief tegen Van Eeden zijn. Naar een hier eenigszins oneigenlijke uitdrukking schijnt voor hem veeleer de verzachtende omstandigheid te

88