Naar inhoud springen

Pagina:Grieksche Spraakkunst.djvu/12

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

8

  1. Bijzonderheden.
    1. Anastrophe is de terugtrekking van den acutus naar de eerste lettergreep. Dit heeft dikwijls plaats bij ἐστί en bij voorzetsels:
      ἔστι = hij bestaat, het is mogelijk; ἄνα = op!
      ἔνι = ἔνεστι het is mogelijk; πάρα = πάρεστι er is gelegenheid;
      πέρι = buitengewoon of = περίεστι hij overtreft;
      meestal ook, als een voorzetsel achter zijn casus staat: θεῶν πέρι.
    2. Als van twee klinkers, die samengetrokken worden, de eerste het accent heeft, dan krijgt de samengetrokken lettergreep een circumflexus; in andere gevallen blijft bij contractie het accent onveranderd. Dus ποιέει = ποιεῖ (indicat.) maar ποίεε = πoíɛɩ (imperat).
      Het is volgens dezen regel, dat de gen. plur. der 1e verbuiging altijd perispomenon is: μουσῶν (= μουσάων).
    3. De lettergreep, die in den nominativus het accent heeft, behoudt het in alle naamvallen, zoolang de hoofdregels dit toelaten; moet het veranderen, dan verandert het zoo weinig mogelijk: μοῦσα µoύσης.
      Op dezen regel zijn talrijke uitzonderingen.
    4. Alle vormen van werkwoorden, behalve vele infinitivi en participia, hebben het accent zoo ver mogelijk naar voren. De uitgangen αι en οι van den optativus gelden als lang. — Schijnbare uitzonderingen zijn de conj. en opt. van den aor. passivus: λυθῶ = λυθέω, λυθεῖμεν = λυθείημεν.
      Dus παίδευσαι = imperat. aor. 1 med.
      παιδεύσαι = optat. aor. 1 act.
      παιδεῦσαι = infinit. 1
      λύσαι = optat., λῦσαι = òf imperativus òf infinitivus.
    5. De meeste samengestelde woorden en de meeste neutra hebben het accent zoo ver mogelijk naar voren.
      Oxytona zijn de encliticae, de substantiva op ευς en de adjectiva op υς εια υ behalve ἥμισυς half, θῆλυς vrouwelijk en πρέσβυς oud.

4. Hiatus.

Als twee klinkers, die geen tweeklank vormen, onmiddellijk op elkander volgen, dan ontstaat er eenige moeilijkheid voor de uitspraak. Om zulk een hiatus te vermijden, wordt gewoonlijk een der vier volgende middelen gebruikt.

  1. Contractie, d.i. twee opeenvolgende klinkers van éénzelfde woord worden samengetrokken; dit is dikwijls te herkennen aan den circumflexus: νοῦς (= νόος) geest.