Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden; de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland (die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven.
Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons tweemael daegs wat eeten.
Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden; de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige
Patientie toen deze in September 1651 van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642 was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4).
De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de:
I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden 't selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten".
II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de hooghte van 33 graden 32 minuten".
III. Uitg.-van Velsen = II.
IV. Montanus. Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer 't schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en dartig minderlingen".
Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven: "Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen, und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe von 33, graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling. Nürnberg (1672) bl. 825). — "Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages. VIII, bl. 416).
Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30' zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten.
De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer" gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169).