Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/105

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

stuijrman ende den onder barbier[1] bij den gouverneur geroepen; bij hem comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert, vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt 't vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck naer Japan gaende[2], door contrarie wint opde cust van Coree vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij 't land innam)[3] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck Gijsbertsz, uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met den voornoemden Weltevree gelijck

  1. Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip "Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld, pr maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest (Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen gesteld. No. 54; zie bl. 73).
    "Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als tot 12 guld, ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo 1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14, fol. 255).
  2. lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa. — Vgl, van Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao 1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese jonck daar was geraakt".
  3. Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157. — Vgl. Missive Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637: "... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door den Heer van Fingo soude mogen geschieden".