volckrijck[1], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte[2] luijden, bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh vol boomen[3], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen daerse rijs planten.
Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off 't ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende, gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden; des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt gent Heijnam[4], alwaer wij des avonts alle 36 weder 11 bij malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te paert, ende quamen savonts in een stadt gent{ Ieham[5]; des nachts is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert 't verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naed-
- ↑ "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr, dl. I, bl. 47)
- ↑ "As Quelpart has long been used as a place for banishment of convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves of horses and cattle are reared" (Griffis. Corea (1905), bl. 201).
- ↑ "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'" (Dict. Cor. Franç., bl. 4**). — "This peak, called Mount Auckland,... is about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200).
- ↑ "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale... Prov, de Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**). — "Le ly équivaut a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**).
- ↑ ?