Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/134

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

den gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen[1].

Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven, daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm[2] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand mogen gesien worden; de coopluijden ende traije[3] borgers hebben gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel[4] om haer dingen te doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende 25 tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als 't gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van her-

  1. Zie bl. 30, noot 3, al. 2.
  2. "The kang is characteristic of the human dwelling in north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven... It is as though we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other" (Griffis, Corea, 1905, bl. 263).
  3. Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het weggelaten.
  4. Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II, bl. 769.