bergen ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [1]; opden grooten wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt.
Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs, tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen, soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen, maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft, sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a 3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen, waerover dit lant soo vol menschen is.
- ↑ "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant place does not need to make elaborate preparations... At night, instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters some house, whose exterior room is open to any comer. There he is sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905, bl. 288-289).