drie andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [1] 12: Sunischien [2] 5: Namman[3] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen, huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren, 't selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen[4] tot groote blijschap verandert.
Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in 33 een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen, door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten, int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met
- ↑ Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh genoemd.
- ↑ Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç., bl. 16**).
- ↑ Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**).
- ↑ lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.