Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/184

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen, die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout, peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert, maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft 't achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven) geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden, waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van 't rijck wellight op volgen mocht.

19 Oct. 1670.

g. .... D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie voor den Keijser geschiede den 20en daaraan..., dese hoffplichten zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668 op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons des avonts vanden Gouverneur Gon-