Deze pagina is proefgelezen
lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij, hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de 600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien wegh in Japan gevoert zijn geworden.
Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.
i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt, Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt van voorsz, detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [1] op gelijk subject genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert (Kol. Arch. no. 256).
Patriasche Missiven.
j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE, van de gelegentht van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE, de voorgeslagen besendingh derwaerts wel te recht naegelaten.
k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't voorsz, jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout, voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen.
- ↑ Zie bl. 86 hiervóór.