Deze pagina is proefgelezen
sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx 't galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen.
.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis Lucesar..., de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den Almogende bekent ende willen't beste hoopen. (Miss. Gouverneur en Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653).
5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in VE, advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende 't ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen, ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad van Formosa, ddo 20 Mei 1654).
6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer nog niet en