Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/194

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627).

De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28 Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche navetten, welke — naar was bericht — voornemens waren van Macao naar Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten "de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht (door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft".

Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen:

"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda; maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).

"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen 20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat