omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo.
Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff, 1701, bl. 66).
Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was mede indt oosten.
Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden.
Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).
Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV.[1]
Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur, opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen, waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien.
Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht: Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien, sag men hem den 21. Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw, nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy grooter in ons gesicht vertoont.
- ↑ Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en 9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.