mosa/ in 't Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was Reynier Egbertsz. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn 't ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in 't Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By Gillis Joosten Saagman, in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
- 20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, 2 kolommen.
Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:
- 20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, 2 kolommen.
Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen,
En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen,
Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen,
In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft
Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft.
Hier nae een Beter.
- Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia (1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen.
- In den tekst 6 prenten — 5 gravures en een houtsnede — uit den voorraad van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden, een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht; op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck; in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door Saagman