burg [1], die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook geen prijs werd gesteld[2]. Er was reden om voor het Bestuur van dit "costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie", een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt"[3]
Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche kolonisten het vlek Provintien[4] afgeloopen en acht der onzen vermoord,
- ↑ Zie Bijlage VA, 1.
- ↑ Zie Bijlage VA, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).
- ↑ Zie Bijlage VA, 3.
- ↑ Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla Formosa) te transporteeren".., om "aldaer een volcomen stadt op te rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan, dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).
Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde, was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15, 17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch, no. 140) en bij haar schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door de Heer Martinus Sonck saler den
304 in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten: "Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki. Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X). — "Opde Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt.., de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons comptoir ofte logie op gestaen heeft..." (Dagr. Bat. 9 April 1625, bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa, sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650). — Gouvern. Pieter Nuijts schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest te hebben". — Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering: "'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat].