Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/45

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den 16en Juli 1653 te Taijoan aan[1], zoodat het fortuinlijker was dan het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord[2].

Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis naar Nagasaki[3]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het "costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen.

Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen voortcomen," [4] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer omme gedanst werd"[5], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was.

    den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman. Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz)

  1. "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3.
  2. 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de fluijtschepen Trouw. Wittepaert. Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen volgende). — In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht, oock wel beseijlt schip".
  3. "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende 29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van ƒ 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3.
  4. Zie Bijl. IIIA, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk door het vergaan van de Sperwer gemaakt.
  5. Patr. Miss. 25 Sept. 1642.