vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden Dagregister[1] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia[2] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid, zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt"[3].
Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, was hun een verhoor afgenomen[4] dat aan de rijksregeering te Jedo werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten[5]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen, konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen nastaren;
- ↑ Bijlage I a.
- ↑ Bijlage I b.
- ↑ "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650). — "hoe nauw wij hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der tolcken timiditeijt — voortcomende van hare onbequaemheijt — nogal meer beswaert werden, is UE, bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken" (Memorie voor den E. Martinus Caesar. Nagasaki 2 Nov. 1670).
- ↑ Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a. — Vgl. ".... Vervolgens getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael ende Raden derwaerts gesz, vanden 30 April, soo oock die vanden 9 Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr, daeraenvolgende. Noch de vragen doorden Gouvernr, van Nangasacki de 8 persoonen in Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen, daer op gaet hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz.. Vrijdag den 29 Meert 1669. Kol. Arch, no. 301).
- ↑ Zie Bijlage I a en I b.