Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/49

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de vereischte vergunning was uitgebleven[1] en hoewel de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om bleef aanhouden[2], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar (1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op de zeilree liggende "Spreeuw"[3], waarmede zij den 28en November 1667 ten langen leste te Batavia aankwamen[4].

Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner — de boekhouder Hendrik Hamel bleef voorloopig in Indië[5] — de reis naar het vaderland ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet[6], zijn zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het schip "Amerongen" — dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan "de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild — op 20 Juli 1668 "ons wel en behouden toegecomen"[7], maar in de toevallig bewaard gebleven mon-

  1. Zie Bijlage I b en I d.
  2. Zie Bijlage I f-h.
  3. Zie Bijlage I i-j.
  4. Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw".
  5. Zie Bijlage I o.
  6. "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen, ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen" (Journaal. Uitg.-Saagman).
  7. ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia.., voort den 13en en 15{[sup|en}} Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de Amerongen, de Tijger.., en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen, Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz, schepen zijn ons dan geworden UE, generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December, alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668).
    Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van Batavia vertrocken... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen.... Doe quam op Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs" was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.