Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/51

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

nul op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet[1].

In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van ƒ 1530 onder hen verdeeld[2].


De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing onze Opperhoofden te Nagasaki. Wilhelm Volger en na hem Daniel Six, de hulp inriepen van de Japansche Regeering[3]. De betrekkingen welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio van het Japansche eiland Tsusima[4], maakten zulk een "pieus officie"[5] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche gevangenen aan te dringen — in elk geval hebben de achtergebleven schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te danken gehad dat

    hoede) komende te verongelucken, oock alle syne Maentgelden.., verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen wesen". — Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van 't volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven, af 1/# part na gewoonte". Vgl, nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp).

  1. Zie Bijlage I k.
  2. Zie Bijlage I q-r.
  3. Zie Bijlage I (bl. 78 en 82).
  4. "The Japanese government had always made use of Tsushima in its communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island" (Griffis. Corea, 1905, bl. 86).
  5. Zie Bijlage I n (slot).