Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands omgang hebben gehad[1]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel
- ↑ "The only relics of these unfortunate captives so far discovered have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were of foreign manufacture. The figures on them, however, told their own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who, like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile though the honoured guest and adviser of the king and government. The presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott. Stray notes on Corean history etc.. Journal China Branch R.A.S.. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).
learned, as it is not likely that the Coreans would take any pains to mark the site of their graves". — Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar 1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert, dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in 13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven en van waar de voorsz, agt met een kleijn vissers schuijtje sijn gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz, agt Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven" schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet. — Vgl.: K. Gützlaff. Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte". — "To those who hail from Great Britain it is of special interest to know that one of the unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was "Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95).