Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/55

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

XIX en zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten[1], het tegenwoordige geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van[2].

Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden — zooals wij hierna zullen zien — twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer" nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering, hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten.

Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de Sperwer". Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea was bijgebleven.

Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen[3], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer Ede overgelevert" heeft[4]. Op dien datum heeft de Raad van

  1. "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888] je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu" (Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46).
  2. Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371.
  3. Zie Bijlage I k.
  4. Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie, politie. Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan ontfangen". — Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het