oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht[1], hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo verzwijgt hij dat de schipbreukelingen — van wie sommigen misschien al in het vaderland waren getrouwd — hebben verkeerd met de dochteren des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten[2], hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea tot doel zoude hebben [3]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen wisten te ontvluchten. "Dit volk.., zeide van het offervlees meest geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben"[4] verklaart Witsen, maar deze — waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige — inlichting is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op te maken.
Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze
- ↑ "When this account was printed in Holland, the eight men mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732), Preface bl. 574).
- ↑ "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten ze" (Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53.
- ↑ Zie Bijlage Io.
- ↑ Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53.