Deze pagina is proefgelezen
om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen gewild artikel[1], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden[2], doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610[3] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea", waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later[4], zal on-
- ↑ Peper. — "...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker aan den Gouverneur van Formosa, Putmans). — Vergelijk echter de volgende berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea, I vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue" (The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170). — "Peper werd daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3 Febr. 1626).
- ↑ "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent 30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch 25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a 4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz, door de strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr, vant' voirsz, eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck sijn soude, dan sullen 't voirsz, noch nijet achterwege laten vorder te versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck, leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort" (Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII).
- ↑ "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38).
- ↑ "The Flemynges.., have som small entrance allready into Corea, per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258).