dem ook genoemd: "t' Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t' Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden ("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher").
Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na aankomst naar Malaka gezonden[1], waarheen het in den loop van 1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v, aankwam.
Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki — welke alleen uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen[2] — ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een
- ↑ Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: ’t Quelpaert".
- ↑ "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan, 2 Juli 1636). — "Soo sijn oock met het transport van Comps, ommeslagh uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE, verstaende het daer gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643).