Naar inhoud springen

Pagina:Hamel, Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer (Hoetink, 1920).pdf/86

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa" was overgegaan[1] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten[2]. Als adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het — al was het wat laat in het jaar — in den betrekkelijk korten tijd van eene maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan, liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug.

    investigated the north.., possesses the most valuable Gold deposits" (Davidson, The Island of Formosa, bl. 460).

  1. "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa de Compe, te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642). — Gouverneur Traudenius zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen; deze arriveerde aldaar den 21en Aug, en landde denzelfden dag, met het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten. — Vgl. Leupe, De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642, B0ijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands, XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642 te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden. — Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661) (zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25 Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat, bl. 193) werd gehouden, maar toen de havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668 voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211).
  2. "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert 't selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack.., ende verhoopen met die van Taijouan.., het den Japanderen een aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642).