De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie" op de Kust van Korea is overkomen [1] en het Opperhoofd Jan van Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert", misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt[2]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis van Japan naar Taijoan — toen het slecht weer heeft getroffen — uit den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia, die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [3] waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders bekend zal zijn geraakt[4]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart
- ↑ De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt.
- ↑ Zie Bijl. IIIC, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).
- ↑ In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks naar Japan varende schepen, b.v, de Smient en de Morgenster (1 Juli 1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654), wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: "..., wanneer dan weder de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken als het doenlijck zij — in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree, Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen."
- ↑ De opper-stuurman Hendrik Jansz, van "de Sperwer" heeft misschien een kaart