ling van "pardus" en "quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van luipaard.[1] Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.
Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij op 36 jaar oud te wezen[2], zoodat mag worden aangenomen dat hij in 1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen,[3], welk schip den 6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren[4] en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam[5].
Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d, i, als lichtmatroos en tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd, oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen"[6]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van ƒ 11 pr maand — waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond[7] — tot ƒ 30 pr maand werd verhoogd.
- ↑ Quelly — s, m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851).
- ↑ Zie Journaal bl. 73.
- ↑ Zie Bijlage I a.
- ↑ Patr. Miss. 25 Maart 1651.
- ↑ Gen. Miss. 19 Dec. 1651.
- ↑ Dr. F. de Haan. Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer, Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423.
- ↑ Zie Bijlage I a.