van Amsterdam ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen, die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten, doordien de cock door 't harde weer niet hadde 4 connen kooken) aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met een vaetje wijntint,[1] dat voor de gequetste wel te pas quam; waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met malcanderen voorden regen te schuijlen.
Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer (waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden.
Den 18en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in
- ↑ "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in Zuid-Spanje... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn" (Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2). — "Wyn-tint by de Japanders hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V, 2, bl. 93). — Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5 Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord van de Sperwer ook voor de zieken bestemd. — "Weintinte ist ein roth Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht..., und wird (so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold, Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot).