Naar inhoud springen

Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/131

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

61

Ic wil gaen driven mijn riveel[1]
Met minen suete lieve int gras.
Hets lanc leden dat ic met hem niet en was.
5 Hemseght, hem! waer sidi, Lippijn?

Lippijn.

Ic ben hier, wat saelt sijn?

Sijn wijf.

Lippijn, ghi moet gaen halen borre[2] ende vier,
Ende ic sal wedercomen scier[3]
Ende bringhen ons iet dat wi selen eten.

Lippijn.

10Bi der doot ons heren, ghi selet vergheten,
Ghi pleeght soe dicwile lange te merren.

Sijn wijf.

Wat, Lippijn, ghi en moghet u niet erren[4],
Want ic hebbe dicwile vele te doene:
Eer ic ghehoere mine sermoene,
15Soe vallet[5] hoghe op den dach,

    part spelen in iets, blijkbaar juist, verg. vs. 896:
    . . . . Kee, de duvel hebs deel:
    Dit gaet ymmers niet wel te wercke;
    verder Buskenblaser vs. 110:
    Entrouwen, dies hebbe die duvel deel,
    Hebdi tgheelt hier omme ghegheven?
    God hebs deel is een vloek, door de wisseling van God en Duivel, naar mij toeschijnt, verbasterd.

  1. Driven—riveel: zie Esmoreit vs. 317 over driven. Riveel d. i. »blijdschap, vreugde, meer bepaaldelijk ook een vrolijk en blijd gejuich, v. d. sonder riceel sijn d. i. mismoedig zijn, treuren:" CLIGN. Bijdr. bl. 303.
  2. Borre d. i. water, verg. vs. 25 en 167. Voor bor of borren komt ook voor born of borne, het tegenwoordige bron. JONCKBLOET teekent Spec. bl. 100 aan, dat ook fontein oudtijds voor water werd gebruikt, zoo b. v. Rein. Boek II (ed. WILLEMS) vs. 6912:
    Vier grote togen, ende ooc niet min,
    Scoonre fonteinen hi daer na dranc.
  3. Scier d. i. schie(r)lijk.
  4. Erren d. i. vertoornen volgens Teuthon. Vererren beteekent hetzelfde; erre is boos, gram en erscap zooveel als gramschap.
  5. Vallet d. i. wordt. Vallen in den zin van worden, zelfs van zijn, heb-