62
Ende eer ie ten vleeschuus[1] comen mach,
Soe copie oee gherne goeden coep,
Dan so moetic beiden tot den loop
Es ghedaen vanden bedranghe:
20 Alsoe comet toe[2], dat ic merre soe langhe,
Goede Lippijn, ghi moetet al weten.
Lippijn.
Awarijt[3], ghi souwes mi vele ontmeten,
Ende ie en weter wat toe segghen.
Gaet henen, ic sal ons vier anleggen
25 Ende halen borre ende seueren den pot,
Want alsoe moet mi hulpen god,
Ic hebbe mi oeit to slavernien geset[4].
- ↑ Vleeschuus d. i. vleeschhal.
- ↑ Comet toe van toecomen d. i. gebeuren. Toecomen kan als het passief worden aangemerkt van toebringhen d. i. tot stand brengen, veroorzaken: L. Sp. Gloss.
- ↑ Awarijt d. i. waarachtig en is hetzelfde als ewaerheit d. i. in waarheid.
Ontmeten d. i. bedriegen. KIL. heeft fallere mensura, inique metiri, eig. dus met eene valsche maat meten. BLOMMAERT Ovl. Ged. III bl. 81 vs. 509:
Die den andren sijn erve ontmet
Of palen uuttrecht oft verset, enz. enz.;
KAUSLER Denkm. III bl. 98:
Die ontweecht ons, die ontmeet,
welke regel der hem bl. 447 wordt verklaard door der entwiegt, der entmisst uns d. h. dieser wiegt, misst uns falsch, zu wenig. - ↑ Te slavernien gheset. Hem setten te is niet alleen ons tegenwoordige zich zetten tot iets d. i. zich onverdeeld ergens aan toewijden, maar ook zich wenden tot, zich begeven in, verg. Rijmb. vs. 26315:
Die Joeden seiden: Hets onse wet:
Die hem verheft, ende daer toe set,
Dat hi hem Gods Sone wille maken
Verdient die doot in waren saken;
elders: setten hem ten kere d. i. teruggaan, trouwens deze laatste beteekenis kennen wij ook nog in uitdrukkingen als iemand zet zich tot deugd, tot werkzaamheid enz. enz.
ben wij nog b. v. in het valt zwaar, het valt op dit of dat uur, hij valt wat lui, en vroeger was het zeer gewoon. HOOFT heeft hachelijk en wanvoegelijk vallen voor h. en w. zijn; BRANDT van het Palamedes-proces sprekend zegt van Schout Heer Jan ten Grootenhuis dat hij zacht viel d. i. niet streng was; VONDEL getuigt van zeker werk, dat het overal even heerlijk viel; en, nog vroeger, BOENDALE spreekt van eene vrouw, die ongare valt d. i. slecht is enz. enz. Het vers beteekent dus: dan is de dag al een heel eind heen,
dan is het al vrij laat.