Deze pagina is proefgelezen
65
Noch tavont tongoede[1] maken.
60Canic an enen stoc gheraken,
Ic sal haer touwen[2] soe haer vel,
Dat haer rouwen sal dit spel,
Dat si met hem heeft bedreven.
De comere[3].
Wat, Lippijn! god moet u goeden dach geven.
65Hoe steet met u? hoe sidi te ghemake[4]?
Lippijn.
Ey, Trise! ic woude mi therte brake
Van groten rouwe die ic drive.
Ic en hadt nemmermeer minen wive
Betrout[5], dat si mi heeft ghedaen.
- ↑ Tongoede: ongoed: KIL. slecht, verkeerd: tongoede maken vertaalt hij door inutile reddere, adimere usum d. i. verijdelen, nutteloos maken. L. Sp. I 6 vs. 9:
En dade des ynghels (d. i. onzes beschermengels) hoede,
Hi (d. i. de duivel) maecte ons tongoede
Lijf ende ziel, enz. enz.
Lippijn zegt, dat hij nog denzelfden avond een einde zal maken aan de fopperij, d. i. zijne vrouw haar gedrag zal betaald zetten, zooals VERWIJS
Bloeml. Gloss. vertaalt. - ↑ Touwen d. i. slaan. De huit met slagen touwen heeft VONDEL Batav. Gebr. vs. 466, verg. HUYD. Proeve I bl. 282 vlgg. en Floris Gloss. in voce.
- ↑ Comere d. i. petemoei, het Fransche commère, vs. 148 uitgedrukt door ghevadere, verg. V. VLOTEN Het Nederlandsche Kluchtspel bl. 18.
- ↑ Te gemake: ghemac d. i. rust, Carel vs. 572:
In late niemen met ghemake
Den riken no den armen;
v. w. ghemakelike d. i. rustig, Floris vs. 2017:
Si traken ter herberghen ende bleven den nacht
Ghemakelike metten goeden man;
verder: met ghemake laten d. i. in vrede laten, ook missum facere: te ghemake doen d. i. laten uitrusten; tuwen ghemake d. i. tot uwen dienst; te ghemake sijn d. i. tevreden zijn; vrede ende ghemac, vreugde ende ghemac, en derg.
Te ghemake d. i. in zijn schik; de vraag zal dus beteekenen: hoe zijt gij te moede? hoe zijt gij gemutst? Verg. de Gloss. van Rijmb., Limb. en St. Christ. - ↑ Betrout d. i. verdacht van betrouwen d. i. vertrouwen in goede en slechte beteekenis, ongeveer als ons achter iemand zoeken. M. Lp. IV vs. 1636:
Dat eerste is, lichtelic te betruwen (verdenken)
Dat vrouwen draghen in den sin;
I vs. 816: