Naar inhoud springen

Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/136

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

66


De comere.

70Lippijn, nu doet mi verstaen,
Hoe ende oec in wat manieren?

Lippijn.

Dies ic mi eweleec moet scofieren[1]:
Si leget ende droeylt met enen anderen man.

De comere.

Awarijt, dats een dine dat ic niet en can
75Gheloeven van uwen wive:
Ie kinse alsoe reine van live,
Si en daets om al die werelt niet.

Lippijn.

Dat een man met sinen ogen siet
Dats hem nochtan quaet tongheven[2].

De comere.

80Lippijn, alsoe moetic met eren leven,
Bi sien es die meneghe[3] bedroghen.

Lippijn.

Wat, neen, dit en es niet gheloghen,
Want ic hebse selve ghesien
Ligghen metten bloeten knien
85Ende gingen[4] hem beide te werke stellen.

De comere.

Wat, Lippijn, dat en soudi niet vertellen,
U wijf waer daer bi gheonneert:
U ogen sijn al verkeert


    Daer om so wilt die ghecken seuwen
    Ende den wisen u eer betruwen (toevertrouwen).

  1. Scofieren (hem) d. i. schamen (zich), verg. Esm. vs. 90.
  2. Ongheven d. i. uit het hoofd praten. Ongheven of ontgheren (alleen het laatste komt bij KIL. voor) beteekent eig. wegnemen, v. d. zoowel
    ontraden als ontpraten: Rubben vs. 224. Zich ontgeren d. i. laten varen, uit het hoofd zetten: HOOFT Tac. 267 20: Wij ons de waan ontgeeven moogen.
  3. Die meneghe: zie op Esm. vs. 550.
  4. Ende ghingen nam. si: zie boven vs. 53.