Naar inhoud springen

Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/141

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

71


De comere.

150Wat, Lippijn, en seidic u niet waer?

Lippijn.

Benedijste god van hemelrije,
Soe en saghic noit des wonders ghelijc.
Ic sie wel, die scouwen[1] die sijn mijn.

De comere.

Wat seidic u, lieve Lippijn?
155Maer ghi en woudes niet wesen vroet.
Mijn gevadere es ghetrouwe ende goet,
Al soudier gerne een hoere af maken.

Lippijns wijf.

God gheve hem ramp in sine kaken!
Heeft hi hem van mi dies beclaecht?

De comere.

160Jay, ende dat ghi bi enen anderen man laecht:
Dies heeft hi mi ghedaen een beclach.

Lippijn.

Awarijt, mi dochte dat ict sach,
Maer ic laets mi nu ghenoeghen[2]:
Trise caent wel in beste voegen.
165Maer al hadt mi mijn lijf ghedaen[3],

  1. Scouwen van scout d. i. schuld. HOFFMANN t. a. pl. Gloss. vertaalt
    scouwe door Gesicht, das was man sicht, die Erscheinung; VERWIJS Bloeml. Gloss. door gezicht, verschijning; V. VLOTEN Ned. Kluchtsp. bl. 18 door schuld, hetgeen mij lettende op Rubben vs. 199:
    Latie mi dan den duvel bedrieghen!
    En hebbie die nachte niet ghetelt,
    Soe hebbie mijn herte om niet ghequelt,
    Soe sijn die scouden al gader mijn;
    de ware verklaring dunkt: verg. Gloriant vs. 1036.
  2. ::::Laets mi—ghenoeghen. Ghenoeghen intr. met den derden nval d. i. genoeg zijn, voldoen; hem laten ghenoeghen d. i. zich vergenoegen, te vreden zijn; genouch (of ghenoech) doen met den tweeden nval der zaak en den derden des persoons d. i. iemand omtrent iets voldoen, zie L. Sp. en St. Christ. Gloss.
  3. Deze regel beteekent: maar alsof ik zelf het me had gedaan: alsof ik zelf d. i. mijn persoon, het me had bevolen. Dat al in het Mnl., gelijk ook nog, later voor alsof werd gebruikt, leert DE VRIES Mnl. Wb. in voce;