Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/101

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

werkte, belasterd door Demaratus, niet zoozeer uit zorg voor de Aegineten, als uit nijd en afgunst. En Cleomenes uit Aegina teruggekeerd trachtte Demaratus uit het koningschap te stooten, en viel hem aan door de volgende zaak. Toen Ariston koning van Sparta was en twee vrouwen gehuwd had, kreeg hij geen kinderen. En, want hij was zich bewust niet zelf daaraan de schuld te zijn, hij huwde een derde vrouw: en hij huwde haar aldus. Hij had een Spartaan tot vriend, aan wien Ariston onder de burgers het meest gehecht was. Deze man geviel tot vrouw te hebben verreweg de schoonste van alle vrouwen in Sparta, en dat wel, terwijl zij van de leelijkste de schoonste was geworden. Want daar zij nu leelijk van uiterlijk was, kwam haar voedster, daar het kind toch de dochter van rijke lieden en zoo leelijk was, en de voedster bovendien de ouders verdrietig om haar uiterlijk zag, — dat overwegend kwam de voedster op den volgenden inval: zij bracht het kind iederen dag naar den tempel van Helena. Deze is in de plaats. Therapne geheeten, boven den tempel van Phoebus. Zoo dikwijls de voedster het kind daar bracht, zette zij het bij het beeld en smeekte de godin het van haar leelijkheid te bevrijden. En toen de voedster eens uit den tempel ging, verscheen haar, zegt men, een vrouw, en die verscheen en vroeg haar wat zij op den arm droeg. En zij zeide, dat zij een kind droeg, en de ander vroeg het te laten zien, doch gene weigerde, want de ouders hadden verbodenhet aan iemand te toonen, doch de ander vroeg dringend het te laten zien, en de voedster merkte dat de vrouw het zoo graag zien wou, en liet dan het kind kijken; de ander raakte toen het hoofd van het kind aan en zeide, het zou de schoonste van alle vrouwen in Sparta worden. En van dien dag af veranderde haar uiterlijk.