Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/13

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Perzen hen trachtten aan te raken, brachten hen om.

21. En genen nu werden op deze wijze verdorven, èn zij zelven en hun dienaren, want veel wagens en dienaars en hun gansche rijke uitrusting volgde hen, en dat alles verdween met hen allen. Niet veel tijd later geschiedde er een groot onderzoek naar die mannen door de Perzen, doch Alexander hield hen tegen door zijn sluwheid, en hij gaf hun veel geld en zijn eigen zuster, die Gygaea heette; hij hield hen tegen, terwijl hij dat aan Bubares, den Pers gaf, den aanvoerder van hen, die de omgekomenen zochten.

22. De moord dier Perzen werd dan zoo door stilzwijgen verborgen. Dat echter genen, die van Perdiccas afstammen. Hellenen zijn, gelijk zij ook zelf beweren, dat weet ik zelf ook en zal in mijn latere geschiedenissen[1] aantoonen, dat zij Hellenen zijn; bovendien hebben ook de Hellenenrechters[2], die in Olympia den wedstrijd regelen, geoordeeld, dat het zoo is. Want toen Alexander van zins was mede te kampen en daarvoor naar Olympia trok, verlangden de Hellenen, die met hem kampen zouden, zijn uitsluiting, bewerende, dat de strijd niet moest gestreden worden met barbaren, doch met Hellenen; doch toen Alexander toonde, dat hij een Argiver was, werd hij een Helleen geoordeeld te zijn en na den wedloop werd tusschen den eersten en hem over de overwinning gestemd.

23. Die dingen nu geschiedden dan zoo ongeveer. Doch Megabazus nam de Paeoniërs mede en kwam aan

  1. Zie verder VIII. 137.
  2. De Hellenodikai waren burgers uit Elis (verg. II. 160), die de wedstrijden regelden, en daarbij voorzitters en rechters waren.