mijn meening, dat de koning het volgende gedaan hadde: de menschen op het dek, die Perzen waren en de eersten derPerzen, naar het onderschip sturen, doch van de roeiers. Pheniciërs, had hij een even groot aantal als dat der Perzen in zee geworpen. Evenwel, zooals ik te voren reeds verhaald heb, Xerxes maakte den weg tegelijk met het andere leger en kwam in Azië terug.
120. En een groot bewijs is ook dit: Xerxes toch, dat is bekend, is op zijn terugtocht in Abdera gekomen, waar hij met de bewoners gastvriendschap sloot en hen beschonk met een gouden zwaard en een met goud bewerkte tiara. En naar de Abderiten zelf beweren, zeggende wat ik geenszins geloof, maakte hij daar voor de eerste maal zijn gordel los sinds zijn vlucht uit Athene, daar hij zich veilig achtte. Abdera nu ligt dichter bij den Hellespont dan de Strymon en Eïon, waar hij zich volgens het verhaal zou hebben ingescheept.
121. Toen de Hellenen niet in staat waren Andrus in te nemen, begaven zij zich naar Carystus, verwoestten hun land en keerden naar Salamis terug. Vooreerst nu zonderden zij voor de goden andere eerste gaven af en dan ook drie Phenicische triremen, en de eene wijdden zij in den Isthmus, de tweede te Sunium en de derde aan Aias daar in Salamis. Daarna verdeelden zij den buit en zonden de eerste gaven naar Delphi, waarvan een standbeeld werd gemaakt met een scheepssnavel in de hand en twaalf ellen groot; dit staat waar ook de gouden Alexander de Macedoniër staat.
122. En de Hellenen, toen zij eerste gaven naar Delphi gezonden hadden, vroegen den god gemeenschappelijk of hij genoeg en bevredigende gaven ontvangen had. Hij antwoordde, van de andere Hellenen wel, maar niet van de Egineten, doch hij eischte van hen een